Beheerder Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie

Volgens de Nederlandse Norm, de NEN 2654-1 en de NEN 2654-2, dient elke organisatie een verantwoordelijke te hebben voor het beheer van de brandmeld-ontruimingsinstallatie.

Deze beheerder brandmeld-ontruimingsinstallatie (ook wel Opgeleid Persoon (OP)) is ten aanzien van de brandmeldinstallatie en de ontruimingsalarminstallatie verantwoordelijk voor het beheer, zodat tijdens de totale gebruiksduur van de BMI en de OAI de nominale staat wordt gehandhaafd en hersteld. De nominale staat betekent vrij vertaald 'de staat bij oplevering' oftewel 'nieuw'.

Ook dient het beheer ter voorkoming van loze meldingen.

Daartoe voert de Beheerder BMI de volgende taken uit:

  1. Bediening van de installatie.
  2. Periodieke controles.
  3. Preventief onderhoud.
  4. Kleine reparaties (direct actie ondernemen op storingsmeldingen).
  5. Beheren van de relatie met de organisatie (corrigeren van gedrag, voorkomen van onechte en/of ongewenste meldingen).
  6. Overleg bij verbouwingen.
  7. Verzorgen van gebruiksaanwijzingen en uitleg aan organisatie.
  8. Aanspreekpunt voor brandweer, branddetectiebedrijf en inspecteur van de verzekeringsmaatschappij.

De doelstelling van de overheid (brandweer) is het voorkomen van slachtoffers en het beheersbaar houden van brand. Door middel van de plaatselijke bouwverordening heeft een gemeente de mogelijkheid om – naast de bouwkundige eisen die van toepassing waren op het moment van bouwen – aanvullende (installatietechnische) eisen te stellen. Denk hierbij behalve aan een brandmeldinstallatie bijvoorbeeld ook aan een ontruimingsalarminstallatie en de beveiliging van vluchtwegen.


Naast de overheid als eisende partij, kunnen ook de volgende partijen eisen stellen:

  • De verzekeraar: de eisen van de verzekeraar zijn bedoeld om eventuele schade zoveel mogelijk te beperken en zijn met name gericht op het beveiligen van (kostbare) goederen c.q. gebouwen.
  • De opdrachtgever: de doelstelling vanuit de opdrachtgever is, naast de hierboven genoemde doelstellingen, gericht op de continuïteit van de bedrijfsprocessen zoals het beveiligen van bedrijfskritische zaken. Denk hierbij aan productieprocessen, de computerruimte of moeilijk vervangbare schakelkasten. Daarnaast is vanzelfsprekend de veiligheid van medewerkers eveneens een belangrijke doelstelling. Voor een betrouwbare brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie is goed onderhoud en beheer van groot belang. Hoe het beheer van de brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie moet worden uitgevoerd is vastgelegd in de norm NEN 2654 deel 1 en deel 2. De verplichting om aan de norm NEN 2654 deel 1 en deel 2 voor beheer, controle en onderhoud te voldoen vloeit voort uit onder andere:
    • De eis voor een brandmeldinstallatie volgens de norm NEN 2535 en een ontruimingsalarminstallatie volgens de norm NEN 2575.
    • De eis voor een gecertificeerd brandmeldsysteem.
    • De bouwverordening.

De onderwerpen die aan bod komen, zijn:

  • Doel van brandmeldinstallatie (BMI) en Ontruimingsalarminstallatie (OAI)
  • Voorschriften, normen, eisen, opbouw, werking, componenten en documenten van brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties volgens de NEN-norm 2654-1 en 2654-2.
  • Het registreren en rapporteren van gegevens in het logboek.
  • Het beheer van de brandmeldinstallatie
  • Onderdelen van een brandmeldinstallatie
  • Indicatoren en nevenindicatoren
  • Doormelden van brand
  • Detectiezone, meldergroep en melderlus
  • Verantwoordelijkheden van de beheerder
  • Periodieke controle en preventief onderhoud

Het examen bestaat uit een theorie-examen (15 meerkeuzevragen) en een praktijkexamen (5 projectopdrachten).

Geldigheid certificaat: 3 jaar